Dit zijn de Regels vvor het buiten rijden:
1. Alle ruiter van een groep die naar buiten gaan moeten minimaal in staat zijn om zelf te galoperen en moet begleid worden door een gekwalificeerd ruiter die leiding mag geven en in bezit is van een geldig ruiterbewijs
2. De leider van de groep moet de ruiters van de groep voor vertrek vertellen over de comando's die onderweg worden gegeven en ook de algemene gedragregels bij val van een ruiter, op hol slaan en dergelijk
3. De leider van de groep moet een mobiele telefoon bij zich hebben met het alarmnummer nummer van de manege en het numer van de dierenarts. Schakel tijdens het rijden de mobiele telefoon uit in verband met mogelijke scrikreactie van het paard
4. De leider van de groep moet een extra beugelriem en een scherp mes met beschermd lemmet bij zich hebben
5. Een groep mag niet groter zijn dan 10 ruiters in totaal
6. Een begeleindende fietser die mee gaat mag niet vlak achter de paarden rijden
7. Ruiters die op een manegepaard individueel naar buiten gaan, moeten in het bezit zijn van een geldig ruiterbewijs. Ruiters die op hun eigen paard naar buiten gaan, moeten hiertoe worden gestimuleerd.
8. De instructeur moet alle ruiters in zijn bedrijf die buiten willen rijden, inlichten over de eisen verbonden aan het examen voor het ruiterbewijs en de ruiters op hun verzoek opleiden voor het examen.
9. De huisregels en rijbaanregels gelden ook voor het buiten rijden
10. Bij het rijden in het donker of schemer dient de ruiter de wettelijk verplichte verlichting te voeren, volgens artikel 36 reglement 'verkeersregels en verkeerstekens' (RVV), 1990. De ruiter moet rood licht naar achteren stralen en wit of geel licht naar voren.